Door Alexandr Kasperovich
Gepubliceerd: 5 oktober 2026
Bijgewerkt: 5 oktober 2026
16 min leestijd
Architectuur en interieur

Duurzaam bouwen: van ambitie naar aantoonbare keuzes

Omslag van de gids: Niemand ziet uw BENG-score. Wel deze 6 details in het beeld

Gratis gids

Niemand ziet uw BENG-score. Wel deze 6 details in het beeld

Wat van BENG, MPG en energielabel zichtbaar wordt als het gemodelleerd is en wat een schema naast de render nodig heeft, welke documenten de studio moet krijgen en hoe u een verduurzaming vóór en na met dezelfde camera laat zien.

Uw gids staat klaar. Is hij niet geopend? Download hem hier.

Download de pdf

Duurzaam bouwen is pas aantoonbaar als u het uit elkaar haalt in lagen die elk een eigen meetinstrument hebben: energie (BENG en het energielabel), materialen en milieu (MPG), gezondheid en comfort (daglicht, ventilatie, TOjuli, geluid) en water, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Wie die vier lagen apart benoemt, kan elke keuze onderbouwen én laten zien.

Het woord zelf is een paraplu. In een projectbeschrijving dekt „duurzaam” alles van een warmtepomp tot een sedumdak en een nestkast, en precies daarom overtuigt het niemand meer: niet de gemeente, niet de belegger, niet de koper die de brochure openslaat. Dit artikel sorteert de paraplu in vier verifieerbare lagen, zet de drie certificaten naast elkaar die er een rapportcijfer aan hangen, en behandelt daarna het deel dat zelden wordt opgeschreven: welke duurzame keuzes u in een artist impression daadwerkelijk ziet, welke niet, en hoe u de onzichtbare keuzes eerlijk aan kopers presenteert.

Duurzaam bouwen in vier lagen: elke laag heeft een eigen bewijs

Duurzaam bouwen in vier lagen: elke laag heeft een eigen bewijs

Een duurzaam gebouw wordt in Nederland op vier onafhankelijke assen beoordeeld, en elke as heeft een eigen instrument dat een getal oplevert. De verwarring in projectteams ontstaat bijna altijd doordat een maatregel uit de ene laag als bewijs wordt gebruikt voor een andere: een groen dak is goed voor waterberging en biodiversiteit, maar zegt niets over BENG 2, en een houten draagstructuur verlaagt de MPG, maar niet vanzelf het energiegebruik.

LaagWat u meetInstrumentVerplicht?
1. EnergieEnergiebehoefte, fossiel energiegebruik, aandeel hernieuwbaarBENG 1, 2 en 3; energielabelJa, via het Bbl bij de omgevingsvergunning en bij oplevering
2. Materialen en milieuMilieukosten van alle materialen over de levensduurMPG-berekening op basis van de Nationale MilieudatabaseJa, voor woningen, kantoren en andere gebruiksfuncties, met wettelijke uitzonderingen
3. Gezondheid en comfortDaglicht, luchtverversing, oververhitting, geluidweringDaglichtnorm, ventilatiedebieten, TOjuli, NEN 5077Ja, als minimumeisen; boven het minimum vrijwillig
4. Water, klimaat en biodiversiteitWaterberging, hittestress, ruimte voor soortenGemeentelijke eisen, puntensystemen, BREEAM-creditsNee, landelijk niet; lokaal steeds vaker wel

De volgorde is niet toevallig. Laag 1 en 2 zijn wettelijk verankerd en leveren een hard getal; laag 3 heeft wettelijke ondergrenzen maar geen ambitieniveau; laag 4 is vrijwel volledig lokaal beleid en projectambitie. Hoe verder naar beneden in de tabel, hoe meer een ontwikkelaar zelf moet organiseren dat de keuze wordt vastgelegd, en hoe groter het risico dat ze alleen in een beeld bestaat.

Render van een wit gepleisterd appartementengebouw van vijf lagen met hoge staande ramen in donkere kozijnen, een ronde glazen hoek, een teruggelegde dakverdieping met dakterrassen en een grijze natuurstenen plint, omgeven door gazon, bloeiende borders en volwassen bomen
Render van een appartementengebouw in een parkachtige setting. Er staat veel groen in beeld, maar geen van de vier lagen is eraan af te lezen: geen zonnepaneel, geen zonwering, geen waterberging, geen materiaalkeuze die iets bewijst.
Laag 1, energie: wat BENG 1, 2 en 3 en het energielabel bewijzen

Laag 1, energie: wat BENG 1, 2 en 3 en het energielabel bewijzen

BENG staat voor Bijna Energieneutrale Gebouwen en is sinds 1 januari 2021 de wettelijke energie-eis voor nieuwbouw in de gebruiksfuncties waarvoor het Bbl BENG-eisen stelt, als opvolger van de EPC. Het zijn drie losse indicatoren die alle drie moeten voldoen; een sterke score op de ene compenseert een zwakke score op de andere niet.

  • BENG 1, energiebehoefte in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar. Dit is de vraag van het gebouw zelf naar verwarming en koeling, los van de installatie. Hij wordt bepaald door isolatie, kierdichting, oriëntatie, glasoppervlak en zonwering. Voor een grondgebonden woning ligt de grenswaarde in de orde van 55 kWh/m² per jaar, met een correctie voor de compactheid van het gebouw.
  • BENG 2, primair fossiel energiegebruik, ook in kWh per m² per jaar. Hier telt de installatie mee: warmtepomp, ventilatie met warmteterugwinning, eigen opwekking. Voor grondgebonden woningen geldt een grenswaarde van 30 kWh/m² per jaar (woongebouwen: 50).
  • BENG 3, aandeel hernieuwbare energie in procenten. Voor grondgebonden woningen minimaal 50 procent (woongebouwen: 40), geleverd door bijvoorbeeld zonnepanelen, een bodemwarmtepomp of aansluiting op een warmtenet met hernieuwbare bron.

Het energielabel is een ander instrument dan BENG, al komt het uit dezelfde berekening. Het label loopt van A++++ tot G, wordt bij oplevering van nieuwbouw geregistreerd en is het enige energiegetal dat een koper ook echt tegenkomt: op Funda, in de koopakte, bij de hypotheekadviseur. Voor een verkoopbrochure is het label dus bruikbaarder dan de drie BENG-waarden; voor de vergunning telt alleen BENG. Hoe het label precies wordt bepaald, is een onderwerp op zich; hier volstaat dat nieuwbouw die aan BENG voldoet vrijwel altijd op A of hoger uitkomt.

Wat laag 1 niet meet, is net zo belangrijk. BENG zegt niets over het materiaalgebruik, niets over de CO₂ die bij de bouw zelf vrijkomt en niets over het comfort in de zomer. Een woning kan uitstekend scoren op BENG 2 en toch in juli oververhit raken, en dat is precies waarom laag 3 een eigen indicator heeft gekregen.

Laag 2, materialen en milieu: MPG, de Nationale Milieudatabase en biobased kiezen

Laag 2, materialen en milieu: MPG, de Nationale Milieudatabase en biobased kiezen

De MPG, de MilieuPrestatie Gebouwen, drukt de milieubelasting van alle materialen in een gebouw over de hele levensduur uit in één getal: schaduwkosten in euro per m² bruto vloeroppervlak per jaar. Hoe lager, hoe beter. De berekening is sinds 2013 verplicht voor nieuwe woningen, kantoren en diverse andere gebruiksfuncties, met wettelijke uitzonderingen en hoort bij de aanvraag van de omgevingsvergunning; sinds 1 januari 2018 geldt er ook een grenswaarde.

De MPG-eis voor woningen is op 1 juli 2021 aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Sinds 1 juli 2026 geldt doorgaans 1,6 volgens de herziene bepalingsmethode; dit is een beleidsneutrale wijziging, geen verdere aanscherping. Die aanscherping maakt de MPG van een randvoorwaarde tot een ontwerpinstrument. Een ontwerper kan de MPG verlagen door minder materiaal te gebruiken, lichtere constructies te kiezen, de levensduur te verlengen of biobased alternatieven toe te passen.

De cijfers achter de MPG komen uit de Nationale Milieudatabase (NMD). Daarin staat per product of productgroep een milieuprofiel met de effecten van winning, productie, transport, gebruik en sloop. Belangrijk detail voor wie de berekening laat maken: de NMD kent drie categorieën data. Categorie 1 is merkgebonden en getoetst, categorie 2 merkongebonden maar getoetst; categorie 3 zijn generieke, ongetoetste gegevens waarop een opslag van 30 procent wordt gelegd. Een MPG die volledig op categorie 3 draait, is dus conservatief én lastig te verbeteren zonder concrete productkeuzes.

Twee ontwerprichtingen drukken de MPG het sterkst, en beide hebben op deze site een eigen artikel. Biobased bouwen vervangt minerale en fossiele materialen door hout, vlas, hennep, stro of cellulose, die tijdens hun groei CO₂ hebben vastgelegd. Circulair bouwen pakt het aan de andere kant aan: demontabele verbindingen, hergebruikte elementen en een materialenpaspoort, zodat de milieukosten aan het einde van de levensduur niet opnieuw worden gemaakt. Een houten draagstructuur combineert beide en is de meest directe route naar een lage MPG, mits de brandveiligheid en de akoestiek in laag 3 worden opgelost.

Render van de hoek van een woning met verticale zwartgebeitste houten delen, een ver uitkragend dakoverstek met houten onderkant boven een terras met glazen borstwering, en zonnepanelen die plat op de dakrand liggen
Eigen render van een houten woning: de gevel in zwartgebeitst hout, het diepe dakoverstek en de zonnepanelen op de dakrand zijn zichtbaar. De MPG-winst van de houten constructie erachter is dat niet.
Laag 3, gezondheid en comfort: daglicht, ventilatie, TOjuli en geluid

Laag 3, gezondheid en comfort: daglicht, ventilatie, TOjuli en geluid

Deze laag bepaalt of een duurzaam gebouw ook prettig is om in te wonen, en het is de laag die kopers in hun dagelijks leven het sterkst voelen. De wet stelt hier ondergrenzen; alles daarboven is een ontwerpkeuze die moet worden vastgelegd, omdat hij anders in de bouwvoorbereiding wegbezuinigd wordt.

Daglicht

De Nederlandse regelgeving voor daglicht bij nieuwbouw verwijst naar NEN 2057:2011, die uitgaat van de equivalente daglichtoppervlakte en rekening houdt met reductiefactoren, onder meer voor belemmeringen. Diepe plattegronden, hoge borstweringen en zware zonwering halen de wettelijke minimumeis vaak nog wel, maar leveren donkere woonkamers op. Het ambitieniveau boven het minimum, bijvoorbeeld een uitzicht naar buiten vanaf elke werkplek, is iets wat u expliciet moet afspreken.

Ventilatie

Voor verblijfsgebieden in woningen geldt een minimale luchtverversing van 0,9 dm³ per seconde per m² vloeroppervlak, met een ondergrens van 7 dm³ per seconde per verblijfsruimte. Bij een luchtdichte BENG-woning is de ventilatie geen bijzaak maar het enige wat de binnenlucht gezond houdt. Balansventilatie met warmteterugwinning scoort goed op BENG 2, maar vraagt om filteronderhoud en om kanalen die in de plattegrond ruimte innemen; CO₂-gestuurde natuurlijke toevoer is eenvoudiger, maar minder energiezuinig.

Oververhitting: TOjuli

TOjuli is de indicator voor het risico op oververhitting in de zomer, ingevoerd samen met BENG. Voor nieuwbouwwoningen zonder actieve koeling geldt een grenswaarde van 1,20, berekend per oriëntatie. De hefbomen zijn dezelfde als bij BENG 1, maar nu in omgekeerde richting: minder glas op west en zuid, buitenzonwering, overstekken, thermische massa en de mogelijkheid om ’s nachts te spuien. Dit is de indicator die het uiterlijk van een gebouw het meest beïnvloedt, en daarmee de indicator die in een artist impression het vaakst wordt weggelaten.

Geluid

Tussen woningen geldt een minimale luchtgeluidisolatie van 52 dB (DnT,A,k) en een eis aan contactgeluid; aan de gevel hangt de eis af van de geluidbelasting van de weg of het spoor. Houtbouw en lichte prefabconstructies moeten dit expliciet oplossen met ontkoppelde vloeren en zwevende dekvloeren, omdat de massa van beton ontbreekt.

Render van een overdekt terras onder een breed dakoverstek met houten plafond, een verticale zwarte lamellenwand aan de linkerkant die strepen zonlicht op een donkere bakstenen muur werpt, twee rieten fauteuils, planten in potten en een gazon met keien op de voorgrond
Eigen render van een terras onder een dakoverstek met een verticale lamellenwand. Dit is laag 3 in beeld: het overstek en de lamellenwand die TOjuli beheersbaar houden, zijn hier onderdeel van de architectuur en niet van een installatielijst.
Laag 4, water, klimaatadaptatie en biodiversiteit: van groen dak tot nestkast

Laag 4, water, klimaatadaptatie en biodiversiteit: van groen dak tot nestkast

De vierde laag heeft geen landelijke rekenmethode en geen wettelijk getal, maar wordt in de praktijk steeds vaker door de gemeente afgedwongen via het omgevingsplan, een tenderuitvraag of een anterieure overeenkomst. Omdat het bewijs hier niet uit een rapport komt, moet het uit het ontwerp zelf komen, en dat maakt deze laag tegelijk de meest zichtbare en de meest fragiele.

  • Waterberging. Steeds meer gemeenten eisen dat een perceel een deel van de neerslag zelf vasthoudt, uitgedrukt in liters of millimeters per m² verhard oppervlak. Oplossingen: een groen dak met bergende laag, infiltratiekratten onder de bestrating, een wadi of open water in het plan. Een sedumdak van enkele centimeters bergt beduidend minder dan een intensief dak met dikke substraatlaag; het getal hoort bij het daktype, niet bij het woord „groen dak”.
  • Hittestress. Bomen, waterpartijen, lichte materialen en schaduw op verblijfsplekken buiten. Dit is de laag waar het landschapsontwerp en het gebouwontwerp elkaar raken.
  • Natuurinclusief bouwen. Ingebouwde nestkasten voor gierzwaluw, huismus en vleermuis, groene gevels, een bloeiend in plaats van gemaaid gazon, geen volledig gladde plinten. Meerdere gemeenten werken met een puntensysteem waarin het aantal maatregelen wordt afgezet tegen de omvang van het project.

Alle vier de onderdelen delen één zwakte: ze bestaan pas als ze zijn uitgevoerd én onderhouden. Een groene gevel die na twee zomers zonder irrigatie verdort, is in het beeld nog altijd groen. Dat is het kernprobleem van laag 4 in een verkoopbrochure, en we komen er verderop op terug.

Luchtperspectief-render van een verspreid gebouwde wijk met tientallen lage woningen met gebogen metalen daken tussen bestaande bomen, een slingerende weg, twee vijvers in het midden van het plan en een aaneengesloten bos tot aan de horizon in laag avondlicht
Render van een woonwijk in een bestaand bos, met open water in het midden van het plan en bomen die tussen de woningen zijn blijven staan. Waterberging en hittestress zijn hier aan het stedenbouwkundig plan af te lezen, niet aan de gebouwen.
BREEAM-NL, GPR Gebouw en WELL: wat elk certificaat meet en wat het van het ontwerp vraagt

BREEAM-NL, GPR Gebouw en WELL: wat elk certificaat meet en wat het van het ontwerp vraagt

Een certificaat vat de beoordeelde thema’s samen in één label dat een belegger, huurder of gemeente zonder rapporten kan lezen. Geen van de drie is wettelijk verplicht; alle drie worden in de praktijk afgedwongen door de markt: institutionele beleggers hanteren BREEAM als financieringsvoorwaarde, gemeenten vragen GPR-scores in tenders en kantoorhuurders stellen WELL als eis voor hun eigen ESG-rapportage.

CertificaatWat het meetWie het afgeeftVerplicht of vrijwilligWat het zichtbaar van het ontwerp vraagt
BREEAM-NLNegen categorieën, van energie en materialen tot landgebruik, ecologie, transport en afval; score van Pass tot OutstandingDutch Green Building Council (DGBC), op basis van een beoordeling door een gelicentieerde assessorVrijwillig; vaak een eis van beleggers en in tendersFietsenstalling en laadpunten op zichtbare plekken, ecologische inrichting van het terrein, daglicht op werkplekken, vaak groene daken en waterberging
GPR GebouwRapportcijfer 1 tot 10 op vijf thema’s: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaardeW/E adviseurs; berekening door een gelicentieerde gebruiker, vaak de gemeente of een adviseurVrijwillig; veel gemeenten eisen een minimumscore bij gronduitgifteWeinig direct zichtbaars; toekomstwaarde beloont flexibele plattegronden en aanpasbare gevels, gezondheid beloont daglicht en buitenruimte
WELLTien concepten rond de gebruiker: lucht, water, licht, beweging, thermisch comfort, geluid, materialen, voeding, geest en gemeenschap; Bronze, Silver, Gold of PlatinumInternational WELL Building Institute (IWBI), met verificatie ter plaatseVrijwillig; vooral kantoren en zorg, in opkomst bij woningenTrappen die uitnodigen boven de lift, daglicht en uitzicht, groen binnen, ruimtes voor beweging en ontmoeting, akoestische zones

De laatste kolom is voor een ontwikkelaar de nuttigste. BREEAM en WELL vertalen zich in dingen die een koper of huurder daadwerkelijk kan zien: een trap die prominenter is dan de lift, een fietsenstalling bij de entree in plaats van in de kelder, groen op het dak. GPR daarentegen kan een 8 scoren zonder dat het gebouw er anders uitziet dan de buren. Dat verschil bepaalt welk certificaat u in beeld kunt brengen en welk u alleen kunt benoemen. Bij onze beelden van een duurzaam kantoorgebouw in Manchester was dat precies de opgave: de ESG-waarde zichtbaar maken voor investeerders.

Foto van een kantoorgebouw van circa vijftien lagen met een volledig glazen, schuin aflopende gevel waarin de lucht weerspiegelt, een groot naar binnen gebogen atrium achter het glas, de naam Deloitte bovenaan de gevel en een rij bomen langs de weg op de voorgrond
Foto, geen render: The Edge aan de Amsterdamse Zuidas, bekend om zijn BREEAM-NL-certificaat op het niveau Outstanding. Het atrium achter de schuine glasgevel is van buiten leesbaar; de sensoren, de warmte-koudeopslag en het energiebeheer die de score dragen, niet.
Welke duurzame keuzes u in een artist impression ziet en welke niet

Welke duurzame keuzes u in een artist impression ziet en welke niet

Van de tientallen maatregelen die een duurzaam project aantoonbaar maken, is slechts een deel zichtbaar in een exterieurbeeld. De rest zit in de constructie, in de installatie of in een rapport. Dat is geen tekortkoming van het beeld maar een eigenschap van de maatregelen; het probleem ontstaat pas wanneer een brochure de zichtbare maatregelen als bewijs voor het geheel presenteert.

LaagZichtbaar in een beeldOnzichtbaar in een beeld
EnergieZonnepanelen, oriëntatie en glasverdeling, diepte van overstekken, buitenzonwering, drievoudig glas alleen aan het kozijnprofielIsolatiewaarde, luchtdichtheid, warmtepomp, warmteterugwinning, warmtenet, de BENG-waarden zelf
MaterialenHouten gevel, hergebruikte baksteen, zichtbare houten constructie in het interieur, een demontabel geveldetailHouten casco achter een gevel van steen, MPG-score, herkomst en certificering van hout, materialenpaspoort
ComfortRaamgrootte, borstweringshoogte, buitenruimte per woning, schaduw op het terrasVentilatiedebiet, TOjuli-berekening, geluidwering tussen woningen, daglichtfactor als getal
Water en natuurGroen dak, groene gevel, wadi, open water, bomen, nestkasten als u er dichtbij genoeg komtInfiltratiekratten onder de bestrating, bergingscapaciteit in liters, onderhoudsplan van het groen

In onze studio hanteren we daarvoor een eenvoudige regel bij het kaderen van een beeld: een maatregel die in de tender of de vergunning een eigen getal heeft, krijgt in de beeldenreeks een eigen frame als hij zichtbaar is, en een eigen bijschrift als hij dat niet is. Een overzichtsbeeld van de wijk laat dan water en groen zien; een detailbeeld op ooghoogte laat de houten gevel en de zonwering zien; het interieurbeeld laat de daglichttoetreding zien. De warmtepomp krijgt geen beeld, wel een regel in de legenda naast het beeld.

Render van een binnenhof tussen woongebouwen van vier tot vijf lagen, links en midden lichtgepleisterde gevels met balkons, rechts een gevel in rode baksteen met rondboogvensters en stalen balkons, in het hof gazons met lage hagen, een jonge boom en een conifeer, banken en bewoners op een klinkerpad
Render van een binnenhof met gazon, hagen, een jonge boom en een conifeer. Wat u ziet is laag 4 op zijn best zichtbaar; of de hof neerslag bergt en of het gazon bloeit of gemaaid wordt, staat niet in het beeld maar in het inrichtingsplan.
Greenwash in beeld: vijf manieren waarop een render meer belooft dan het ontwerp

Greenwash in beeld: vijf manieren waarop een render meer belooft dan het ontwerp

Een artist impression is juridisch een impressie, maar een koper leest hem als een belofte, en de Reclame Code Commissie beoordeelt duurzaamheidsclaims in verkoopmateriaal steeds strenger. De vijf fouten hieronder komen we in briefings van derden het vaakst tegen. Geen ervan is opzettelijk; alle vijf ontstaan doordat het beeld eerder klaar is dan het ontwerp.

  1. Zonnepanelen die niet in het ontwerp zitten. De klassieker: een dakvlak wordt „even” gevuld met panelen omdat het dak anders leeg oogt, terwijl de installatieadviseur nog rekent of BENG 3 met een warmtepomp alleen wordt gehaald. Wij zetten pas panelen in beeld als het legplan er is, met het juiste aantal en de juiste oriëntatie. Bij een bestaande woning werkt het andersom: in de case zonnepanelen visualisatie rijtjeshuis zijn de panelen ingepast in een echte straatfoto van een rijwoning in een VvE-complex.
  2. Zonwering zonder diepte. Een overstek van 40 centimeter en een overstek van 1,2 meter zien er in een frontaal beeld hetzelfde uit; in de TOjuli-berekening niet. Een beeld met de zon laag in het westen laat de werkelijke schaduwval zien en verraadt een te dun overstek onmiddellijk.
  3. Groene gevels op jaar vijf. Klimplanten die in het beeld drie verdiepingen bedekken, staan bij oplevering op een meter hoogte. Wij tonen groen op het moment van oplevering of maken twee beelden, en schrijven erbij welk jaar u ziet.
  4. Volwassen bomen die er niet komen. Een stam van 30 centimeter doorsnede in een render is een boom van decennia oud. Als het beplantingsplan een plantmaat van 18 tot 20 centimeter omtrek noemt, hoort in het beeld een boom van die maat, of een bijschrift met het jaartal.
  5. Materiaal dat anders uitvalt. Onbehandeld hout dat in het beeld honingkleurig blijft, vergrijst binnen twee jaar. Een koper die daar niet op is voorbereid, ervaart het vergrijzen als gebrek. Wij renderen hout bij voorkeur in de vergrijsde toestand, of in beide, met uitleg.
Render van een gebogen kantoorgebouw van vier lagen met doorlopende witte vloerranden, warm verlichte kantoorverdiepingen achter glas en dichte hangende beplanting over de volle lengte van elke vloerrand, met bloeiende bomen, lantaarnpalen en voorbijrijdende auto’s op de voorgrond
Eigen render van een kantoorgebouw met beplante vloerranden over de volle omtrek. Dit is het beeld dat om een bijschrift vraagt: welk groeijaar is dit, wie onderhoudt het en zit de irrigatie in het bestek.
Onzichtbare keuzes eerlijk verkopen: van rapport naar brochurebeeld

Onzichtbare keuzes eerlijk verkopen: van rapport naar brochurebeeld

De maatregelen die het meeste kosten en het meeste bewijzen, zijn juist de onzichtbare: de warmtepomp, de isolatieschil, het houten casco achter een stenen gevel, de MPG-score. Eerlijk verkopen betekent die niet verstoppen achter een sedumdak, maar ze naast het beeld leesbaar maken met het instrument dat er bij hoort.

  • Het energielabel als anker. Eén letter die de koper al kent, met daaronder in één regel wat hem draagt: warmtepomp, balansventilatie, drievoudig glas, zonnepanelen op het aantal daken dat er echt is.
  • Een doorsnede in plaats van een gevelbeeld. Een schematische doorsnede van de gevelopbouw of een opengewerkt beeld van het houten casco laat zien wat er achter de steen zit. Dit zijn de beelden die een verkoopgesprek over de MPG mogelijk maken.
  • Het getal bij de maatregel. Niet „waterbergend dak” maar „groen dak, bergt circa 30 liter per m²”; niet „comfortabel in de zomer” maar „TOjuli onder de grenswaarde zonder actieve koeling”. Getallen die uit het rapport komen, kunnen ook door een koper worden nagevraagd.
  • Twee momenten in de tijd. Bij groen en bij hout: oplevering en een genoemd jaar later. Dat kost één extra beeld en voorkomt het grootste deel van de klachten na oplevering.
  • Wat er niet is, staat er niet. Geen panelen, geen groene gevel, geen bomen buiten de plantmaat. Een sober en correct beeld verkoopt aan de doelgroep die duurzaamheid als selectiecriterium heeft beter dan een overladen beeld, omdat die doelgroep de brochure toetst aan het rapport.
Foto van onderaf van een kantoorgebouw van zes lagen met een lichte metalen gevel en smalle verticale ramen, waarboven een ver uitkragend dak van zonnepanelen op een stalen frame aan alle zichtbare zijden buiten de gevel steekt, met een bewolkte hemel, een straatnaambord en siergrassen langs de stoep
Foto, geen render: het Bullitt Center in Seattle, waarvan het zonnedak aan alle zijden ver buiten de gevel uitkraagt. Hier is de energiekeuze bewust tot architectuur gemaakt, en daarmee zichtbaar in elk beeld van het gebouw.
Wat wij in de studio nodig hebben om duurzaam bouwen in beeld te brengen

Wat wij in de studio nodig hebben om duurzaam bouwen in beeld te brengen

Een duurzaam project vraagt in de briefing drie documenten meer dan een gewoon project, en die drie bepalen of het beeld klopt met wat u later moet bewijzen. We vragen ze bij de start op, niet bij de laatste correctieronde.

  1. Het BENG-rapport of, bij oudere projecten, de EPC-berekening. Hieruit halen we het aantal en de oriëntatie van de zonnepanelen, het glaspercentage per gevel en het type zonwering. Zonder rapport renderen we geen panelen.
  2. De MPG-berekening met materiaalstaat. De materiaalstaat vertelt ons wat de gevel is, wat het casco is en welk hout waar zit, inclusief afwerking. Dat bepaalt hoe we het materiaal renderen en of we een opengewerkt beeld voorstellen.
  3. Het inrichtingsplan en, als het er is, het beplantingsplan met plantmaten. Daarmee zetten we het groen op de juiste maat en het water op de juiste plek, en weten we of een groen dak sedum of een intensief dak is.

Met die drie documenten bouwen we de beeldenreeks voor een verkoopbrochure op als een bewijsvoering: een overzichtsbeeld voor laag 4, een gevelbeeld op ooghoogte voor laag 2 en de zichtbare kant van laag 1, een interieurbeeld met echte zonnestand voor laag 3, en waar nodig een doorsnede voor de onzichtbare rest. Beelden voor projectontwikkelaars maken we op deze manier al sinds de eerste projecten van Dim Kuzmenko en Alexandr Kasperovich; onze artist impressions starten vanaf € 39 per uur, met een lager tarief op abonnement. Het duurste beeld is niet het beeld dat het meest laat zien, maar het beeld dat u na oplevering moet terugnemen.

Close-up van het stuur van een luxeauto met het merkembleem in warm licht

Laat uw duurzame keuzes zien zoals ze in het rapport staan

Wij maken artist impressions op basis van uw BENG-rapport, MPG-berekening en inrichtingsplan, zodat elk zonnepaneel, elk overstek en elke boom in het beeld ook in het ontwerp bestaat. Zo wordt de verkoopbrochure een bewijs in plaats van een belofte.
Plan een gesprek
Alexandr Kasperovich, medeoprichter en CEO van Maverick Frame Studio, portret in zwart-wit

Alexandr Kasperovich

Medeoprichter en CEO

Bekijk het volledige profiel

FAQ

Veelgestelde vragen over duurzaam bouwen

Staat uw vraag er niet bij?

Stel hem hier. Een producer antwoordt binnen één werkdag, met een antwoord, niet met een verkoopgesprek.

Ontvangen, dank u. U krijgt binnen één werkdag antwoord per e-mail.
Wat is duurzaam bouwen?

Duurzaam bouwen is bouwen met zo min mogelijk energiegebruik, milieubelasting van materialen en schade aan de omgeving, en met een gezond binnenklimaat. In Nederland wordt dat aantoonbaar gemaakt met vier instrumenten: BENG en het energielabel voor energie, de MPG voor materialen, comfortnormen zoals TOjuli voor gezondheid, en gemeentelijke eisen voor water, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

Wat zijn de BENG-eisen voor nieuwbouw?

BENG bestaat uit drie eisen die alle drie gehaald moeten worden: BENG 1 begrenst de energiebehoefte van het gebouw in kWh per m² per jaar, BENG 2 het primaire fossiele energiegebruik inclusief installaties, en BENG 3 schrijft een minimumaandeel hernieuwbare energie voor. Voor grondgebonden woningen geldt voor BENG 2 een grens van 30 kWh/m² per jaar en voor BENG 3 minimaal 50 procent; voor woongebouwen 50 kWh/m² en 40 procent.

Wat is een MPG-berekening?

Een MPG-berekening bepaalt de milieuprestatie van een gebouw door de milieueffecten van alle toegepaste materialen over de levensduur op te tellen en uit te drukken in schaduwkosten per m² bruto vloeroppervlak per jaar. De berekening is verplicht bij de omgevingsvergunning voor nieuwe woningen, kantoren en diverse andere gebruiksfuncties, met wettelijke uitzonderingen en gebruikt de milieuprofielen uit de Nationale Milieudatabase.

Wat is het verschil tussen BREEAM-NL, GPR Gebouw en WELL?

BREEAM-NL beoordeelt de duurzaamheid van een gebouw in negen categorieën en wordt afgegeven door de Dutch Green Building Council. GPR Gebouw geeft een rapportcijfer op vijf thema’s en wordt vooral door gemeenten in tenders gebruikt. WELL richt zich op de gezondheid en het welzijn van gebruikers en wordt gecertificeerd door het International WELL Building Institute. Alle drie zijn vrijwillig.

Is duurzaam bouwen verplicht in Nederland?

Gedeeltelijk. De energie-eisen van BENG, de materiaaleis van de MPG en de minimumeisen voor daglicht, ventilatie, oververhitting en geluid zijn wettelijk vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving en gelden voor nieuwbouw voor zover de betreffende gebruiksfunctie en situatie onder die eisen vallen. Certificaten als BREEAM-NL of WELL en maatregelen voor waterberging en natuurinclusief bouwen zijn landelijk niet verplicht, maar worden door gemeenten en beleggers steeds vaker als voorwaarde gesteld.

Wat is TOjuli?

TOjuli is een indicator uit de BENG-systematiek die het risico op oververhitting van een woning in de zomer uitdrukt. Voor nieuwbouwwoningen zonder actieve koeling geldt een grenswaarde van 1,20, berekend per oriëntatie van het gebouw. Buitenzonwering, overstekken, minder glas op west en zuid, thermische massa en nachtventilatie zijn de belangrijkste manieren om onder die grens te blijven.

Mag een artist impression zonnepanelen tonen die nog niet in het ontwerp zitten?

Dat is af te raden. Een artist impression is formeel een impressie, maar kopers lezen hem als een belofte en duurzaamheidsclaims in verkoopmateriaal worden steeds strenger beoordeeld. Toon zonnepanelen, groene gevels en volwassen bomen alleen in het aantal en de maat die in het BENG-rapport en het beplantingsplan staan, en vermeld bij groen welk groeijaar het beeld laat zien.

Studio op afstand, in uw tijdzone

Beelden nodig voor een project? Praat met een producer

Dertig minuten over scope, opleveringen en planning. Kies een dag en tijd in uw eigen tijdzone; de uitnodiging komt per e-mail.

Plan een gesprek van 30 minuten

  1. Dag
  2. Tijd
  3. E-mail

Welke dag past u?

Hoe laat?

Naar welk adres sturen we de uitnodiging?

  • 30 minuten
  • Gratis en vrijblijvend
  • Uitnodiging per e-mail
Het gesprek staat gepland. De agenda-uitnodiging is onderweg naar uw inbox. Liever een ander tijdstip? Beantwoord dan gewoon die e-mail.